Impact

Impact
evaluatie

vertellen

Op onze teamdag op 1 juni 2024 vertelde iedereen een sterk verhaal.

kiezen

In één stemronde beslisten we welk verhaal het sterkst was. We schreven het verhaal uit, lazen het in en tekenden er illustraties bij. We maakten er een filmpje van.

analyseren

Via een vraaggesprek spitten we het verhaal uit. We dachten met het team na waarom dit verhaal zo sterk is en wat de kernwaarden erin zijn. Beweeg over het verhaal en ontdek onze vragen en antwoorden.

situeren

We lazen onze visie-, praktijk- en beleidsteksten na en sprokkelden daaruit de elementen die linken vertonen met ons sterkste verhaal. Op die manier kregen we een situering in van ons verhaal.

evalueren

De vragen, antwoorden, kernwaarden en situeringen werden samengevoegd in een synthese (de volledige impactevaluatie vind je onderaan).

Ons sterkste verhaal

Samen doen Welk gevoel roept deze activiteit op?
Omdat we initiatief van de kinderen toelaten, voelt het niet aan alsof Lise helpt, maar eerder dat ze participeert aan wat er gebeurt. Kinderen dragen op een gelijkwaardige manier bij; met wat ze al weten en kunnen (ook al zijn ze nog klein). Dat is écht Samen doen. Volwassen werken samen en kinderen doen mee waar ze kunnen. Zo bouwen we een groep: we leren samen leven. Dat geeft een goed gevoel, een gevoel van verbinding.

Analyse

Bij het aankleden
na het middagdutje, Klopt het dat dit eigenlijk vaak een druk moment is?
Zeker, afhankelijk van hoe lang de kinderen slapen is er “na het middagdutje” niet altijd veel tijd voor iedereen honger krijgt en we boterhammen gaan eten. Als het lukt om tijd te maken om het aankleden op deze manier aan te pakken, is het super. Het lukt dan ook niet altijd even goed. Het is relevant bezig te zijn in het hier en nu: aankleden kan uitgroeien tot een activiteit waarbij verschillende kinderen betrokken zijn en de groepsdynamiek goed zit. We leven liefst in het moment, dat is de boodschap die we vaak van de kinderen krijgen, dus moeten we dat maximaal doen. Het aankleden gaat misschien wat trager als we het samen doen, maar ondertussen wordt er zoveel geleerd: die tijd wordt goed besteedt.
zag Elle dat Lize
geïnteresseerd was om te Waarom inspelen op het aankleden?
Uit observatie op diverse momenten viel op dat Lise “geïnteresseerd was om te helpen”. Deze activiteit in het helpen met aankleden van andere kinderen is dus het verbreden en verdiepen van de geobserveerde interesse, waardoor de betrokkenheid verhoogt. De verbreding zit in het uitbreiden van zichzelf naar de ander en het verdiepen in het nader ingaan op de volgorde, de verschillen tussen links en rechts, “binnenstebuiten”, ondersteboven en achterstevoren… Kinderen zijn wel vaker nieuwsgierig naar wat we doen. Ze houden ervan om op een stoel te staan en te kijken hoe anderen verluierd worden. Ze benoemen “pipi” en “kaka” of gaan door een “ik heb een piemel” periode. Dit geeft weer aanleiding tot heel wat taalondersteuning én het is een voordeel wanneer kinderen zelf al op de stoel kruipen, dan moet je ze niet zo hoog heffen.

helpen. Waarom inspelen op het aankleden?
Uit observatie op diverse momenten viel op dat Lise “geïnteresseerd was om te helpen”. Deze activiteit in het helpen met aankleden van andere kinderen is dus het verbreden en verdiepen van de geobserveerde interesse, waardoor de betrokkenheid verhoogt. De verbreding zit in het uitbreiden van zichzelf naar de ander en het verdiepen in het nader ingaan op de volgorde, de verschillen tussen links en rechts, “binnenstebuiten”, ondersteboven en achterstevoren… Kinderen zijn wel vaker nieuwsgierig naar wat we doen. Ze houden ervan om op een stoel te staan en te kijken hoe anderen verluierd worden. Ze benoemen “pipi” en “kaka” of gaan door een “ik heb een piemel” periode. Dit geeft weer aanleiding tot heel wat taalondersteuning én het is een voordeel wanneer kinderen zelf al op de stoel kruipen, dan moet je ze niet zo hoog heffen.
Dat doet ze wel vaker Helpen kinderen elkaar spontaan?
Kinderen helpen graag: “Dat doet [Lize] wel vaker”. Toch loopt dit niet altijd vlotjes omdat kinderen zich vaak nog niet kunnen verplaatsen in het perspectief van de ander. Ze zien niet onmiddellijk de goede bedoeling van de ander waardoor ze wel eens in het verweer gaan en er wat gedoe ontstaat. De begeleider zorgt voor een positieve focus, want “Lise was enthousiast”, zodat het gedrag dat storend kan overkomen omgebogen wordt tot aanvaardbaar helpend gedrag. En oefening baart kunst.
helpen met het uittrekken van jassen of slabbetjes.
Deze keer wilde ze kleren geven en aantrekken bij de andere peuters.

Elle vond het een goed idee Hoe beslis je of Lise kan helpen?
Het is overwegen. Lise neemt initiatief en je laat het als begeleider al dat niet toe: “Elle vond het een goed idee”. Soms is het een uitdaging en vraagt het creativiteit om de kinderen te laten helpen. Soms is de taak gewoon te moeilijk. Hier was het zo dat Lise de schoenen die te moeilijk waren om te helpen aandoen wel uit de kast haalde en dan aan Elle gaf, om te vragen of zij ze zou aandoen. We doen het samen.
dat ze
kindje per kindje Hoe leer je Lise de juiste volgorde aan?
Het komt erop aan de volgorde steeds te herhalen. Dat is niet alleen goed voor Lise, maar ook voor de andere kinderen en het is meer dan taalondersteuning: het is eveneens het denkproces onder woorden brengen. Dat bevordert de cognitieve ontwikkeling: “[…] kindje per kindje […] eerst de kousen […] Op het einde […]”. Het is dus onder woorden brengen wat er allemaal gebeurt: alle stapjes benoemen, kinderen uitnodigen om dingen te doen, zeggen wat ze kunnen doen, benoemen wat ze goed doen, herhalen wat ze goed doen, aanmoedigen om het nog eens te doen, uitleggen waarom het helpt, uitleggen waarom iets niet helpt, nuanceren, vertellen, associëren, voordoen… Je verwacht niet dat ze alles doen, begrijpen of vragen stellen of commentaar geven, maar het is altijd verwonderlijk hoeveel ze achteraf blijken opgepikt te hebben (al kan daar wel wat tijd overgaan).
wilde aankleden en
Lize was enthousiast: Helpen kinderen elkaar spontaan?
Kinderen helpen graag: “Dat doet [Lize] wel vaker”. Toch loopt dit niet altijd vlotjes omdat kinderen zich vaak nog niet kunnen verplaatsen in het perspectief van de ander. Ze zien niet onmiddellijk de goede bedoeling van de ander waardoor ze wel eens in het verweer gaan en er wat gedoe ontstaat. De begeleider zorgt voor een positieve focus, want “Lise was enthousiast”, zodat het gedrag dat storend kan overkomen omgebogen wordt tot aanvaardbaar helpend gedrag. En oefening baart kunst.
eerst de kousen, Hoe leer je Lise de juiste volgorde aan?
Het komt erop aan de volgorde steeds te herhalen. Dat is niet alleen goed voor Lise, maar ook voor de andere kinderen en het is meer dan taalondersteuning: het is eveneens het denkproces onder woorden brengen. Dat bevordert de cognitieve ontwikkeling: “[…] kindje per kindje […] eerst de kousen […] Op het einde […]”. Het is dus onder woorden brengen wat er allemaal gebeurt: alle stapjes benoemen, kinderen uitnodigen om dingen te doen, zeggen wat ze kunnen doen, benoemen wat ze goed doen, herhalen wat ze goed doen, aanmoedigen om het nog eens te doen, uitleggen waarom het helpt, uitleggen waarom iets niet helpt, nuanceren, vertellen, associëren, voordoen… Je verwacht niet dat ze alles doen, begrijpen of vragen stellen of commentaar geven, maar het is altijd verwonderlijk hoeveel ze achteraf blijken opgepikt te hebben (al kan daar wel wat tijd overgaan).
zorgen dat ze goed zitten en
dan een broek aandoen.
Op het einde Hoe leer je Lise de juiste volgorde aan?
Het komt erop aan de volgorde steeds te herhalen. Dat is niet alleen goed voor Lise, maar ook voor de andere kinderen en het is meer dan taalondersteuning: het is eveneens het denkproces onder woorden brengen. Dat bevordert de cognitieve ontwikkeling: “[…] kindje per kindje […] eerst de kousen […] Op het einde […]”. Het is dus onder woorden brengen wat er allemaal gebeurt: alle stapjes benoemen, kinderen uitnodigen om dingen te doen, zeggen wat ze kunnen doen, benoemen wat ze goed doen, herhalen wat ze goed doen, aanmoedigen om het nog eens te doen, uitleggen waarom het helpt, uitleggen waarom iets niet helpt, nuanceren, vertellen, associëren, voordoen… Je verwacht niet dat ze alles doen, begrijpen of vragen stellen of commentaar geven, maar het is altijd verwonderlijk hoeveel ze achteraf blijken opgepikt te hebben (al kan daar wel wat tijd overgaan).
konden ook de schoenen aan.

Soms moest Elle wat bijsturen: Moet je als begeleider grenzen stellen?
Uiteraard blijf je als begeleider in de buurt: “Soms moest Elle wat bijsturen”. Lise zit steeds naast Elle en het is natuurlijk een kwestie van vertrouwen geven en krijgen. Het kan gebeuren dat Lise wat te hardhandig is in het helpen en dus is begeleiding – en soms ingrijpen – noodzakelijk. Kinderen kunnen de gevolgen van hun acties nog niet altijd overzien. Soms zeg je als begeleider dat we iets nu niet gaan doen omdat het gewoon geen goed idee is. Andere kinderen mogen daarnaast de hulp weigeren. Hier heeft de begeleider een belangrijke rol in want dat gaat even goed over autonomie. De kinderen moeten ermee oefenen om erin te kunnen groeien.
linkse kousen aan linkse voeten Hoe reageer je als Lise het niet goed doet?
We reageren met mildheid. De kinderen zijn nog alles aan het leren: “linkse kousen aan linkse voeten”. Alles wat lukt is super en wat niet lukt is ook goed: goed geprobeerd. Op die manier ontdekken kinderen de gevolgen van wat ze doen en leren ze beslissen. Autonomie verlenen is de vrijheid geven om fouten te mogen maken. Wij staan klaar om de gevolgen te overzien zodat de kinderen leren op een veilige manier. Soms helpt het om de aandacht nog eens te vestigen op wat je van kinderen verwacht door de instructie nog eens te herhalen of de kinderen aan te moedigen het nog eens te proberen.
en liefst niet
binnenstebuiten… Waarom inspelen op het aankleden?
Uit observatie op diverse momenten viel op dat Lise “geïnteresseerd was om te helpen”. Deze activiteit in het helpen met aankleden van andere kinderen is dus het verbreden en verdiepen van de geobserveerde interesse, waardoor de betrokkenheid verhoogt. De verbreding zit in het uitbreiden van zichzelf naar de ander en het verdiepen in het nader ingaan op de volgorde, de verschillen tussen links en rechts, “binnenstebuiten”, ondersteboven en achterstevoren… Kinderen zijn wel vaker nieuwsgierig naar wat we doen. Ze houden ervan om op een stoel te staan en te kijken hoe anderen verluierd worden. Ze benoemen “pipi” en “kaka” of gaan door een “ik heb een piemel” periode. Dit geeft weer aanleiding tot heel wat taalondersteuning én het is een voordeel wanneer kinderen zelf al op de stoel kruipen, dan moet je ze niet zo hoog heffen.
Sommige kinderen willen geen hulp en doen het liever zelf, Laten de andere kinderen hulp toe?
In het begin is er weinig vertrouwen. De kinderen denken dat Lise hun kledij afpakt. “Sommige kinderen willen geen hulp en doen het liever zelf”, lezen we in het verhaal en dat mag. Na een tijdje begrijpen de kinderen dat Lise de kledij niet wil afpakken maar komt geven om te helpen. Het is niet gemakkelijk hulp te waarderen; er komt ook voor kinderen heel wat vertrouwen bij kijken. Na het aanvaarden komt het waarderen en zo groeit Lise in zelfvertrouwen. Daarentegen is “Niet doen!” momenteel een erg populair zinnetje. Heel wat kinderen willen alles graag zelf doen. Wij hebben daar respect voor en dus verwachten we dat ook van Lise. Het is in helpen belangrijk om je hulp niet op te dringen. Dat is later ook zo.
maar
met haar
rustige doortastendheid en aandacht Kunnen andere kinderen dit ook?
Lise is wel een heel rustig kind, ze is zacht met de andere kinderen en geduldig “met haar rustige doortastendheid en aandacht”. Niet alle kinderen hebben hier aanleg voor. Het is interessant om te zien dat anderen toekijken en leren uit het observeren. Van sommige kinderen, zoals Fien, weten we dat ze dit wel zou willen doen, maar dat ze nog wat te bruut is, waardoor de andere kinderen dat nog niet van haar zullen aanvaarden. Het is maar door kinderen taken te geven en te zien wat ze er mee aanvangen dat je kan weten of ze het kunnen. Zolang begeleiders alles zelf blijven doen, weten ze niet wat de kinderen kunnen en kunnen die ook niets leren. Wat ze vandaag niet kunnen, kunnen ze morgen opeens wel.
hielp Lize
een hele groep kindjes. Wat is belangrijk voor het slagen van deze activiteit?
Het belangrijkste is waarschijnlijk vertrouwen geven aan de kinderen die willen helpen. Door haalbare instructies te geven, dit op te bouwen en ondersteuning te geven, geef je het kind het vertrouwen: jij kan dat, doe maar. Op die manier groeit zelfvertrouwen. Met gepaste ondersteuning wordt het voor “een hele groep kindjes […] een leuke activiteit”. We zijn het gewoon om kinderen te laten meedoen en hen veel vrijheid te geven.

Het werd
een leuke activiteit Wat is belangrijk voor het slagen van deze activiteit?
Het belangrijkste is waarschijnlijk vertrouwen geven aan de kinderen die willen helpen. Door haalbare instructies te geven, dit op te bouwen en ondersteuning te geven, geef je het kind het vertrouwen: jij kan dat, doe maar. Op die manier groeit zelfvertrouwen. Met gepaste ondersteuning wordt het voor “een hele groep kindjes […] een leuke activiteit”. We zijn het gewoon om kinderen te laten meedoen en hen veel vrijheid te geven.
die
rust en inspiratie bracht voor anderen om mee te Is er effect op de groepsdynamiek?
De activiteit bracht “rust en inspiratie […] voor anderen om mee te doen” en er ontstaat betekenisvolle interactie tussen de kinderen. Door Lise wat bij te sturen in haar pogingen om te helpen waardoor ze echt helpt, blijft de sfeer gemoedelijk. Lise pakt eigenlijk kledij af om dan te kunnen helpen en dat vinden de andere kinderen in eerste instantie niet plezant. Door de bemiddeling van de begeleider wordt deze interactie wat bijgeschaafd, wat zachter gemaakt waardoor Lise mag helpen. Door haar mee in te schakelen in wat er te gebeuren staat, blijft de sfeer goed. Andere kinderen kijken ook graag mee en zijn op die manier betrokken op wat er gebeurt.

doen. Is er effect op de groepsdynamiek?
De activiteit bracht “rust en inspiratie […] voor anderen om mee te doen” en er ontstaat betekenisvolle interactie tussen de kinderen. Door Lise wat bij te sturen in haar pogingen om te helpen waardoor ze echt helpt, blijft de sfeer gemoedelijk. Lise pakt eigenlijk kledij af om dan te kunnen helpen en dat vinden de andere kinderen in eerste instantie niet plezant. Door de bemiddeling van de begeleider wordt deze interactie wat bijgeschaafd, wat zachter gemaakt waardoor Lise mag helpen. Door haar mee in te schakelen in wat er te gebeuren staat, blijft de sfeer goed. Andere kinderen kijken ook graag mee en zijn op die manier betrokken op wat er gebeurt.
Manu kreeg ook zijn schoenen, Wat als kinderen wel willen, maar niet kunnen helpen?
Daarop inspelen… aan de slag gaan met de intenties en interesses van de kinderen vraagt wat creativiteit. In dit verhaal is het zo dat Manu in de weg komt liggen. “Manu kreeg ook zijn schoenen” en liep er dan vrolijk mee rond tot hij iemand vond die hem hielp om ze aan te doen. Op die manier was hij betrokken, want hij was met iets gelijkaardigs bezig. Dat geeft hem een goed gevoel van erbij te horen, ook al was zijn initieel gedrag eerder storend. Zo bouwen we een groep waaraan iedereen kan bijdragen.
Fien en Rob keken nieuwsgierig mee. Doen andere kinderen Lise na?
Dat zal wel komen want “Fien en Rob keken nieuwsgierig mee.” Kinderen doen elkaar graag na en leren van elkaar. Gebruik maken van het feit dat kinderen ons nadoen en elkaar volgen, helpt kinderen om de structuur van de dag te doorzien en te weten wat van hen verwacht wordt. Door tijd te nemen en te geven om te zien wat kinderen zelf kunnen, kunnen we ze betrekken en uitnodigen om mee te doen. Er zijn nog activiteiten waar kinderen aan kunnen meedoen: iets in de vuilnisbak gooien, het eetgerei klaarzetten, helpen poetsen, de was wegleggen, speelgoed verzamelen, zelf hun jas aandoen, … Het is vooral wanneer er ééntje begint, dat anderen bijvoorbeeld ook een poetsdoek komen vragen.

Lize voelde zich groot, uitgedaagd en gewaardeerd. Wil Lise de anderen helpen of wil ze volwassenen nadoen?
Dat is moeilijk te zeggen. We zien Lise en andere kinderen ons vaak nadoen: ze willen een poetsdoek en helpen mee de tafel afwassen. Anderzijds zien we dat ze elkaar willen helpen; bijvoorbeeld gaan troosten als er iemand valt. We vinden het fijn dat kinderen zo’n initiatieven nemen en écht deelnemen aan wat er in de opvang gebeurt: participatie vanuit gelijkwaardigheid. Het is uiteraard wel aan ons volwassenen om te bewaken dat ze zichzelf niet overschatten. Als we dit goed begeleiden is het resultaat heel fijn: “Lize voelde zich groot, uitgedaagd en gewaardeerd.”

Impactevaluatie

Synthese

Het meest voorkomende woord in ons verhaal is helpen. We stellen tijdens de analyse vast dat we het heel erg waarderen wanneer kinderen met ons en met elkaar dingensamen doen. Naast helpend initiatief van kinderen aanvaarden en waarderen, is het belangrijk samen te werken in ons team. Elke begeleider is een rolmodel in communicatie en dat is niet te onderschatten! Deze houding straalt af op de samenwerking metouders; ook dat is onze bedoeling. Zo ontstaan in de toekomst gegarandeerd nog meer sterke verhalen.

Dit zal sluiten in 0 seconden